Zo’n grote lap is wel een beetje intimiderend. Waar begin je precies en hoe zorg je ervoor dat het eindresultaat naar de zin is? Hieronder heb ik een aantal tips en ideeën op een rijtje gezet. Bedenk wel, ik moet de eerste steek nog borduren, maar de ervaring die ik heb opgedaan met het ontwerpen van mijn eigen patronen en de vriendschapslappen die ik heb geborduurd, hebben mij geholpen.
1. Bedenk van tevoren hoe je de lap wilt afwerken. Ik zit te denken aan een open zoom rand en dat houdt in dat ik zeker 16cm van de kant moet beginnen. Je kunt dan het beste een rijgdraad trekken zodat je weet wat de beschikbare stof is om te borduren. Het is beter om een ruime rand te nemen en deze goed om te zigzaggen zodat hij niet verder uitrafelt en dan te zien hoe groot je je lap echt wilt maken. Het is makkelijker om er wat stof af te knippen dan om een heel krap naadje te maken.
2. Natuurlijk kun je er ook een soort quilt van maken. Dan kun je een veel kleinere rand vrijhouden, 2-3 cm is waarschijnlijk wel genoeg. Bedenk ook of je de lap wilt doorpitten (als je een vulling gebruikt, lijkt mij dit wel nodig), en of dit gevolgen heeft voor je indeling van de lap. Let er wel op dat de vulling niet door de stof heen schijnt.
3. Denk na hoe je de lap uiteindelijk wil ophangen. Ik denk dat ik boven een soort tunnel maak waar een latje doorkan. Een lap van 200 x 90cm weegt natuurlijk meer dan een klein lapje en je wilt niet dat je lap ineens naar beneden stort.
4. Het voordeel van het borduren van patronen van een ontwerpster is dat veel ontwerpsters een bepaald kleurenpallet gebruiken. Ook hebben ze vaak een bepaalde stijl. Daardoor kun je de verschillende patronen makkelijk combineren.
Wil je een lap borduren van verschillende ontwerpsters, bijvoorbeeld rond een bepaald thema, kijk dan goed of de kleuren bij elkaar passen en hoe je de overgang van het ene patroon naar het andere laat verlopen.
5. Wat betreft de kleuren, je kunt voor jezelf bepalen dat je maximaal bijvoorbeeld 50 kleuren (of minder natuurlijk) wilt gebruiken. Dan weet je zeker dat er een zekere rust in de lap zit. Moet je voor een bepaald patroon een andere kleur gebruiken, dan kun je een nemen uit de kleuren die je uitgekozen hebt.
6. Rijgdraden! Ik ben helemaal geen liefhebber van het uitrijgen van patronen, maar voor dit project is het wel heel handig. Ik raad je aan om in ieder geval een rijgdraad te trekken voor de rand die je vrij wilt houden voor de afwerking. Dit is gelijk de rijgdraad die aangeeft tot hoe ver je kunt boduren. In mijn geval trek ik ook een rijgdraad waaronder alle santa’s geborduurd worden. En ik ga een aantal patronen uitrijgen om te zien hoeveel ze van de stof zullen bedekken en welke andere patronen er in verhouding het beste naast passen (zie ook het volgende punt).
7. Bij het borduren van een zelfsamengestelde lap ontkom je niet aan enig rekenwerk. Ik neem mijn eigen lap weer als voorbeeld. De santa’s aan de onderkant wil ik gelijkmatig verdelen over de lap. Dat houdt in dat ik vooraf moet uitrekenen hoe breed elke santa wordt, hoeveel ruimte ik op de lap heb en hoeveel ruimte er tussen de santa’s in kan zitten.
Voor de andere patronen geldt, dat je wel moet berekenen of de patroontjes passen op de ruimte die je in gedachten hebt. Je wilt geen lege gaten in je lap hebben, aan de andere kant moeten alle patroontjes ook niet bovenop elkaar staan. Hierbij kan het helpen om op papier (met een schaalmodel) of in de computer een grove schets te maken van waar je bepaalde patroontjes wilt borduren.
Je hoeft de patroontjes niet helemaal in te vullen, maar als je de afmetingen aangeeft, dan krijg je een goede indruk van hoe de verhoudingen zijn. En hoewel het vervelend is, kun je beter een rijgdraad uittrekken, dan een heel geborduurd patroontje moeten uithalen.
Een ander idee is om het patroon te verkleinen zodat de afmetingen overeenkomen met de stof. In mijn geval heb ik 12 draden per centimeter en is een patroon van 120 x 75 kruisjes dus 20 x 12,5cm. Als mijn patroon net zo groot is, kan ik dat op de stof leggen en kijken hoe de verhoudingen zijn. Een bijkomend voordeel is dat je de afbeelding van het patroon wel zo’n beetje kunt zien (je moet een beetje door de symbooltjes heenkijken) en dat geeft een nog betere indruk.